Een koe kan me heel kwaad maken.
Koeien zijn mooie beesten. Ze hebben mooie ogen met lange wimpers. Maar ze moeten je niet aanstaren met een blik die nog waziger is dan heel Londen samen in de ochtendlijke mist. Aanschouw je er een die jou bekijkt als van de hand gods geslagen, dan wil je een schop tegen haar groteske kont geven en roepen: ‘Allé vort, Cecilia, kom toch eens op voor jezelf! Je bent het waard! Doe iets!’ Bestonden er dienstencheques voor, je stuurde haar direct op assertiviteitscursus.
Een deel van Japan ligt in puin. En daarover worden wij bericht via allerlei kanalen. Door de gebeurtenissen komen af en toe ook de plaatselijke koeien in de kijker. Gisteren las ik in een Nederlandse krant een artikel waarin de heer René Huiskamp, radiobioloog aan het NRG (Nuclear Reserch and Consultancy Group) in Petten hoopvolle uitspraken deed omtrent de situatie van de dieren in het rampgebied. (Let hier vooral op het blije toeval van de naam Petten). Daarin verklaarde hij dat dieren wel eens zouden kunnen profiteren van de problemen met de kerncentrale. ‘Voor de mens is Fukushima nu een te mijden gebied maar dieren hebben veel minder last van de radioactiviteit’ zegt hij in het interview. ‘In Tsjernobyl was er enige tijd na de ramp een enorme toename van herten en vossen. Die gedijen er nog steeds beter dan in andere gebieden, omdat ze er rustig kunnen leven, niet gestoord door mensen die jagen, ontbossen en branden veroorzaken. Het is een soort paradijs geworden voor dieren.’ De meeste dieren zijn volgens Huiskamp minder gevoelig voor radioactieve straling dan mensen. ‘Wel moeten mensen oppassen met melk van koeien die grazen in de buurt van Fukushima. Die kan radioactief besmet zijn.’
En op die manier is Cecilia weer de dupe. Want hoewel het dierenrijk dus wel zou varen bij de gebeurtenissen, zal het product van de koe, haar eeuwige trots, toch bedreigd zijn.
Tsunamigewijs worden we dus overspoeld door videobeelden uit Japan. Maar wat ik me afvraag is hoe het komt dat, ondanks de immense tragiek van al die beelden, de kijker pas tot tranen toe geroerd wordt bij het zien van het filmpje over de twee honden. Het lokte wereldwijd al heel wat reacties uit, omdat een ploeg reporters wel commentaar geven als ze de honden aantreffen maar verder niets ondernemen om ze te helpen. Een onderschrift dat de twee dieren gered zouden zijn, heeft de gemoederen tot bedaren gebracht. Wat zien we precies? Twee kameraad-honden in het midden van de ravage, de ene waakt over zijn gewonde vriend, zoekt hulp voor hem bij de televisiereporters die passeren, merkt dat daar niets te rapen valt, rent terug naar de ander en legt een troostende poot op hem.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat we dit met ons verstand erger vinden dan de schrijnende beelden van de Japanse bevolking zelf in nood. Het gaat om het gevoel dat het oproept. Hoe komt het dat wij als mens zo week worden door dierenleed? In een film mag in een veldslagscène een heel leger worden afgemaakt maar bij het enige paard dat over zijn poten struikelt en na een schotwonde ineen stort, wenden we onze blik af. ‘Alles van waarde is weerloos’ zei Lucebert. De waarheid moet ergens in die richting liggen.
Om maar te zwijgen over de dood van ijsbeer Knut. Die had de Berlijnse Zoo wellicht liever in stilte aan zich laten passeren. Wat kwam het de zoo marketinggewijs toch goed uit dat er een beer, een beer, een beer nog wel, het eeuwige symbool van de stad, de harten van het publiek veroverde.
24 Maart 2007, dus op een dag na 4 jaar geleden, werd hij voor het eerst aan het publiek voorgesteld en weerklonk er wereldwijd een vlaag van ‘Ooohs’ en ‘Aaahs’ bij het aanschouwen van zoveel schattigheid.
Op beelden van een paar minuten voor zijn dood staat hij eindeloos toeren om zijn eigen as te draaien. Het is niet om aan te zien.
Maar Knut krijgt een standbeeld in de Berlijnse Zoo. Om zijn wrange einde toch iet of wat glans te geven.
Laten we ervan uitgaan: de twee Japanse honden werden verzorgd en ze krijgen te eten. En als het anders is, we willen het niet weten.






17/05/2011 om 08:14
Roodkapje, je vraag blijft mij bezig houden. Een zeker antwoord weet ik nog altijd niet, maar zou het kunnen zijn dat een gebaar van machteloos erbarmen bij een dier een teken is dat ons diep raakt ? We zien beelden die ons rechtstreeks en onverwacht treffen. Ons gevoel reageert hier onmiddellijk op. We oordelen nog niet wat in die situatie het belangrijkste is. De camera-man of vrouw kan op dat ogenblik niet helpen en begeeft zich ook in groot gevaar. Over wat deze mens op dat ogenblik bezielt weten we niets, misschien alleen ook niets anders dan een groot, machteloos erbarmen.