‘Of ik veel miserie heb gezien’, vragen de mensen.
‘En of het er niet te gevaarlijk was’, vragen ze.
Sinds een week ben ik terug van een reis naar Uganda. De dagen gaan snel en ze zijn vol, zodoende bestaat Uganda ondertussen alweer alleen nog maar in m’n herinneringen. Die herinneringen zijn vooral mooi en kleurrijk.
Een zwart hart
‘Liefde is een overdosis blijheid als je iemand ziet of ergens komt. Dat kan ook je buurman zijn, of een plek in je huis,’ antwoordde Marcel Vanthilt eens in een interview op de vraag wat voor hem de definitie van liefde is.
‘Aha’, dacht ik toen, ‘Die moet ik onthouden! Dat begrijp ik. En dan heb ik een overvloed aan liefde in mijn leven. Op die manier valt ook wat ik voel ten opzichte van Afrika bijvoorbeeld helemaal in de plooi.’
Mijn hart klopt steevast een ander ritme als ik aan Afrika denk, niet uit de maat maar met een stevige basdreun ineens.
Het is zwart, denk ik, dat hart van mij.
Geblutst
Ondertussen heeft de liefde voor dat continent zeker een aantal blutsen en builen opgelopen en is ze het stadium van verliefdheid al lang voorbij maar de liefde blijft overeind. Sinds het bezoek aan Uganda zit ze zelfs weer helemaal op kruissnelheid.
Maar dus ‘Of ik veel miserie heb gezien?’
Natuurlijk is er armoede in Uganda. Het woord ‘natuurlijk’ is hier behoorlijk misplaatst merk ik op, maar u begrijpt wat ik bedoel. En ja, er is geweld in Uganda en vluchtelingenkampen en een politiek verleden onder Idi Amin dat wat betreft gruwel zodanig tot de verbeelding spreekt dat er een film als ‘The last King of Scotland’ over gemaakt kon worden. Ook rebellenleider Kony heeft ze al bruin gebakken en Museveni zal de verkiezingen binnenkort gegarandeerd ook weer winnen op een niet al te nette manier.
Miserei hier
Zelf heb ik alleen maar een overweldigende schoonheid gezien en als mensen dus vragen ‘Hoe het was’ dan kan ik alleen maar vanuit die ervaring reageren, zonder de moeilijke realiteit uit het oog te verliezen.
Maar weet u wanneer ik wel met eigen ogen ‘miserie’ gezien heb? De dag nà thuiskomst uit Uganda.
Het vroor en ik moest vroeg op. Ik haat vroeg opstaan. Maar daarover gaat de miserie niet die ik hier wil aanhalen.
Bovendien was het berekoud, dus kroop ik als een mishandelde slak uit bed, zette de verwarming aan, nam een warme douche om het lijf enigszins tot leven te wekken en dronk vervolgens nog een hete kop koffie alvorens me door wind en sneeuw richting station te begeven.
En toèn zag ik iets wat ik niet kon plaatsen, waar ik vooral een onmetelijk gevoel van machteloosheid aan over hield.
In Brussel Noord struikelde ik haast over de vluchtelingen die daar op de ijskoude marmervloer een poging tot slapen deden. Er liepen ook kinderen tussen die zich verveelden en op dat uur televisie hadden moeten kunnen kijken of zich in stilte bezig houden met hun brandweerkazerne van Playmobil, terwijl hun ouders nog lagen te soezen in bed.
Hier klopt iets niet
Geen een mens verlaat zijn familie, zijn eigen huis, eigen tuin, eigen boom zonder dwingende reden om zich ergens een longontsteking te laten welgevallen van de kou.
Hier klopt iets niet, dacht ik. Neen, hier klopt iets niet.
Maar als zelfs onze politici nog niet tot een oplossing kunnen komen, hoe zouden wij dat dan wel kunnen?
Nu zou ik u het volgende willen vragen. Of u over het volgende eens zou willen nadenken.
Ik vraag me namelijk af hoe u, wij (ikzelf in de eerste plaats), de Westerse wereld, zou reageren:
- Als de doorsnee Afrikaan niet op onze steun zou moeten rekenen om naar de dokter te kunnen gaan in geval van een griepje
- Als de doorsnee Afrikaan niet op een liefdadigheidsactie van onze kant zou moeten wachten om zijn middelbare school af te maken
- Als de doorsnee Afrikaan niet met een wrang gevoel van honger ’s avonds in bed zou moeten kruipen
- Als de doorsnee Afrikaan niet op een matje op de grond zou moeten slapen maar in een bed dat goed is voor de rug
- Als de doorsnee Afrikaan niet werkloos op straat stond of zichzelf van een uitermate onnozele job voorzien om toch iets om handen te hebben en om toch
maar iets van geld in het laatje te brengen thuis
maar gewoon het geld en de mogelijkheid zou hebben om, net als wij, binnenkort voor heel de familie kerstcadeaus te kopen.
@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus – mod






08/12/2010 om 12:57
Barbara,
weet u wat we ons misschien ook eens moeten afvragen:
- zou de doorsnee Afrikaan zoals u hem beschrijft wel bestaan indien wij hun continent niet hadden uitgebuit en nog steeds uibuiten? Dan pas zouden ze onze steun niet meer nodig hebben en zouden ze op een natuurlijke wijze kunnen leven.
Onze ziekelijke bemoeizucht , onder het valse voorwendsel om al die mensen te gaan helpen, heeft ertoe geleid dat de doorsnee Afrikaan en nog veel anderen, zoveel miserie kennen.
- en moeten we ons ook eens niet afvragen waar de oorzaak ligt van die vluchtelingen. Ongetwijfeld zitten daar ongure figuren achter die het ganse boeltje organiseren en mensen de vernieling insturen. Zouden we ons niet beter afvragen of die niet moeten aanpakken want die asielzoeker is een onwetend iemand die goedgelovig naar hier komt.
En uiteraard zal de politiek dit niet oplossen. Ze heeft het mee gecreeërd.
08/12/2010 om 13:41
We zouden dat heel leuk vinden, maar na tientallen jaren min of meer mislukte ontwikkelingssamenwerking weten we ook dat die gelukkige toestand er niet zal komen door het uitdelen van gratis geld.
09/12/2010 om 07:17
och, binnen 50-100 jaar zit West-Europa in hetzelfde schuitje als de Afrikanen nu, en leren we misschien weer lachen.
09/12/2010 om 13:37
de mensheid is trouwens gemigreerd vanuit Afrika, remember? Als al onze dommigheden leiden tot een destructie van de huidige mensheid, dan blijven er misschien toch nog ‘pockets’ over ergens in Afrika, of Zuid-Amerika.
15/12/2010 om 15:05
“gewoon het geld en de mogelijkheid zou hebben om, net als wij, binnenkort voor heel de familie kerstcadeaus te kopen.”
Mooi slot maar dit geldt ook voor de vele Vlamingen, volwassenen en kinderen, die hier moeten overleven met net genoeg om niet te “mogen” sterven.