Pleidooi voor een dubbele krant
12 / 03 / 2010‘Het loopt serieus fout in Borgerhout,’ zo kopt een artikel in Gazet van Antwerpen vandaag.
Ik woon in Borgerhout.
En ik ben nieuwsgierig.
Dus wil ik wel eens weten wat nu precies zo serieus fout gaat in de buurt waar ik woon.
Helaas pindakaas
M’n theewater zegt natuurlijk al op voorhand dat ik dat beter niet kan doen, dat artikel lezen. Dat dat mijn spijsvertering, die nogal snel in de knoop gaat door ongenuanceerde berichten over de wereld waarin we leven, niet ten goede zal komen. Maar helaas pindakaas, nieuwsgierigheid wint het meestal van gezond verstand en daar dwaalt mijn lodderig oog al over de tekst:
“De dagen dat op de spoed van het Stuivenbergziekenhuis geen slachtoffer van een messengevecht wordt binnengebracht, zijn zeldzaam. Borgerhout en omgeving zit met een serieus veiligheidsprobleem… Straffe getuigenissen van medisch personeel maken duidelijk dat de bezorgdheid van de bewoners terecht is…”
Kijk eens aan, hier zie, hier is het dat ik woon! Ho maar!
Nooit bang geweest
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik nog nooit bang ben geweest in Borgerhout.
“Ja maar, jij bent er zo een die ook zo nodig in haar eentje de Kalahari wil inkruipen. Het is zo’n slag van mensen natuurlijk dat daar gaat wonen”, is dan de reactie van een familielid dat dicht bij me staat maar in een landelijke gemeente woont en ook niet altijd snapt wat ik in Borgerhout te zoeken heb. Iemand die zijn mening over Borgerhout ook maar heeft gevormd op basis van gelijkaardige artikels als dat in Gazet van Antwerpen.
OK, het is misschien waar van die Kalahari maar verder zie ik mezelf echt wel als een gemiddelde bangerd.
Misschien ben ik gewoon te blond om nog nooit iets van al die geweldzaken in het echt te hebben opgemerkt? En moest ik eigenlijk al lang bang zijn maar had ik dat gewoon nog niet door? En is de eenvoudige conclusie dus dat ik gewoon te dom en naïef ben om bang te zijn. Dat zou zeker kunnen.
Op de site van GVA wordt de tekst vervolgens aangevuld met reacties van lezers. O.a. een man uit het mondaine Schoten uit zijn ongenoegen over Borgerhout. Er is zelfs een mevrouw uit Knokke-Heist die het artikel bijtreedt. Iemand uit Knokke-Heist nog aan toe, het Schoten van honderd kilometer verderop, waar dat ze zich mee moeit!
Niet rooskleuriger dan het is
Natuurlijk gaat het er helemaal niet om dat ik Borgerhout rooskleuriger wil afschilderen dan het is. Lang niet. Het begint ermee dat we hier spreken over een stad en in een stad heb je sowieso meer problemen wegens simpelweg meer mensen bij elkaar.
Rooskleurig, neen, het is absoluut niet prettig als ze je pas geschilderde voordeur intrappen om in te breken. Die roze bril ben je zo kwijt.
Of als vrienden uit de buurt wiens kleuter in september voor het eerst naar school mag, je haast met tranen in de ogen vertellen: ‘Ons Anna kan niet naar de school waarop we hoopten. Ze moet naar die andere vlakbij, een concentratieschool.’ Jonge ouders die allebei hard werken, zich netjes gedragen, niet alleenstaand zijn, noch arm, noch gehandicapt, noch allochtoon, dus moet kleine fijne Anna naar een concentratieschool want de goeie school moet voorrang geven aan moeilijke gevallen. Het zal zeker genuanceerder zijn dan ik het hier schrijf, absoluut, maar dat er iets schort aan het schoolsysteem en dat dat probleem zich vooral in buurten als de ‘onze’ voordoet, dat kan niemand ontkennen. Je zou voor minder je boeltje pakken en twintig kilometer verderop gaan wonen zodat je kind naar een deftige school kan, het is te zeggen, naar een school waar het op z’n minst toch de naam van een paar kinderen in de klas kan uitspreken.
Dus neen, rooskleurig, allerminst. En als je voor de zoveelste keer door een nogal zuiders rijdende chauffeur van je fiets gegooid wordt, vertoont zelfs een vredelievend iemand als ik ook niet mis te verstane tekenen van agressie.
De eenzijdigheid
Maar het is die eenzijdigheid van negatieve verhalen die me zo geweldig op m’n paard krijgt. Een negativiteit die ook liefst nog eens breed wordt uitgesmeerd in de krant. En de indruk daarbij dat de journalist, in geval van het artikel in Gazet van Antwerpen, er duidelijk ook nog een soort van zelfgenoegzaam plezier aan gehad heeft om mij als lezer angst aan te jagen.
Daarom zou ik dus zou een dubbele krant willen. Een die de waarheid wat in het midden laat.
Een die zulk een artikel countert door dan bijvoorbeeld op de rechterpagina iets te vertellen over m’n geweldige buurvrouw Claudia die zich bezighoudt met de organisatie van de feestjes in de straat. Over Claudia die deze winter heeft gezorgd dat er overal, bij wijze van affiche voor de nieuwjaarsreceptie, tekeningen van sneeuwmannen voor het raam hingen, gemaakt door de kinderen in de straat. En dat we daar eigenlijk allemaal een beetje ontroerd door waren, want wie had dat nu verwacht? Dat iedereen -op drie gezinnen na- die tekening ook effectief voor het raam zou hangen? Meer nog, de lente hangt in de lucht, en ze hangen er nog.
Dus ja, graag een dubbele krant, die tegenover ieder ongenuanceerd negatief verhaal vol geweld en verderf, tenminste één even ongenuanceerd positief verhaal stelt, vol welriekende hyancinten en gele krokussen in de Borgerhoutse bloembakken en lieve allochtonen die hele dagen couscous klaarmaken en je dan iedere keer weer uitnodigen en omdat ze zo vriendelijk zijn, je het dan niet durft laten om op de uitnodiging in te gaan terwijl die couscous natuurlijk al lang je strot uitkomt. Dan zal de waarheid zich wel ergens in het midden bevinden.
Om de journalist te plagen
En nog meer vraag ik me af waar diegene die een artikel publiceert met de kop ‘Het loopt serieus fout in Borgerhout’ dan zelf wel mag wonen. Of hij misschien al eens een maand in Borgerhout heeft gelogeerd? Of het allemaal maar heeft ‘van horen zeggen’?
Het kan haast niet anders of het moet iemand zijn die ergens in een gemeentelijke nieuwbouwverkaveling woont. (Ja, ik barst natuurlijk even goed van de vooroordelen, maar dat had je toch niet anders verwacht!)
Gewoon om die journalist te plagen krijg ik terstond goesting om naast hem te gaan wonen. Man, man, man, wat zou ik blij worden van zo’n Vlaamse verkaveling in een dorp op dertig kilometer van een grote stad, vlakbij de oprit van de autosnelweg want dat is toch wel heel makkelijk. Op zaterdag naar de supermarkt. ’s Zondags het gras afrijden. En het gras dan precies afrijden tot de grens van de buren. Zodat iedereen goed kan zien dat jouw gazon gedaan is, en die van de buren, die ellendige slonzen, daar staat het gras weer vijf centimeter hoog.
En dan ga ik op een nacht eigenhandig met een schaar in het grasveldje van de buurman-journalist de letters ‘ONNOZELAAR’ spriet voor spriet uitknippen. Dan heeft hij pas een onderwerp om over te schrijven de volgende keer.
@Allen: uw reactie is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforums -mod





